Het is volop voorjaar en de natuur ontwaakt weer uit haar winterslaap. De eerste voorjaarsbloeiers ontluiken, en dat betekent dat er weer voedsel te halen is voor bijen!
De grijze zandbij is één van de eerste bijen die na een lange winter uit zijn ondergrondse nest kruipt. Met zijn dichte grijswitte beharing is hij goed bestand tegen de kou. Ook het dieet van de grijze zandbij is aangepast aan zijn vroege levenswijze: stuifmeel wordt uitsluitend van wilgenkatjes verzameld, en die komen al vroeg in het jaar tot bloei.
Halverwege mei zijn de wilgen alweer uitgebloeid, en valt er voor de grijze zandbij dus niks meer te halen. Gelukkig heeft het vrouwtje dan inmiddels al voor een nieuwe generatie gezorgd. In een ondergronds nest heeft ze haar eitjes voorzien van een voorraad wilgenstuifmeel; genoeg voor de larve om uit te groeien tot volwassen bij, die na een klein jaar weer boven de grond verschijnt. De cyclus begint dan weer van voren af aan.

Zoals de naam al aangeeft, graaft de grijze zandbij haar nest in de grond. Vaak in kaal zand, maar in Limburg ook in Lössbodems. Het is een solitaire bij, wat betekent dat ieder vrouwtje haar eigen nest graaft. Maar dat doen ze wel graag met zijn allen bij elkaar, waardoor op zandige plekken soms wel honderden nesten bij elkaar te vinden zijn. Dat heeft als voordeel dat de mannetjes en vrouwtjes elkaar makkelijk kunnen vinden. Maar het zorgt er ook voor dat de nesten makkelijk te vinden zijn voor allerlei parasieten. Deze profiteurs maken dankbaar gebruik van de zorgvuldig gegraven nestgangen die voorzien zijn van een gratis stuifmeelvoorraad.

Ondanks al deze parasieten is de grijze zandbij een algemene verschijning in Nederland. Ook in het boshommellandschap komt de grijze zandbij wijd verspreid voor, op plekken waar kale grond en wilgen dicht bij elkaar aanwezig zijn. Let de komende weken dus goed op als je een bloeiende wilg ziet, misschien maakt de grijze zandbij jouw voorjaarsgevoel compleet!

Coverfoto: Vrouwtje van de grijze zandbij
Tekst: Remco Ploeg