Drie maanden het Geuldal door

Op dit moment is de laatste inventarisatieronde van de bijen in het project Boshommellanschap Geuldal in volle gang. Elk jaar zijn hiervoor twee MSc studenten drie maanden lang aanwezig in het Geuldal, om maandelijks wel meer dan 130 bijentransecten te lopen. Wie zijn deze studenten en wat beweegt hen hiertoe?

Het onderzoek van Janneke Scheeres en David Kingma begon voorspoedig. “Maak even een mooie foto van jullie twee in het veld”, was mijn vraag voor de eerste inventarisatiedag. Wat ik terug kreeg was inderdaad een hele mooie foto van Janneke en David, en foto’s van de boshommel, die ze al op de eerste dag vonden! Met zo’n start kan eigenlijk de veldwerkperiode al niet meer stuk. Hieronder stellen deze harde werkers zich voor:

David Kingma:

“Ik volg zowel de master Organic Agriculture (Biologische landbouw) als de master Forest and Nature Conservation (Bos- en natuurbeheer). Mijn grote interesse ligt in de relatie tussen landbouw en natuur. Aan de ene kant, hoe werken met natuur kan leiden tot duurzame productiesystemen. En andersom, hoe duurzame productiesystemen de natuur kunnen bevorderen. Het gebiedsproject Boshommellandschap Geuldal past heel goed in het tweede onderdeel. Binnen dit project richt ik me op het effect van de maatregelen op de bloeiende planten en wilde bijensoorten. Kortweg, in hoeverre is het aangepaste beheer echt bij-vriendelijk?”

Janneke Scheeres:

“Ik volg naast de master Forest and Nature Conservation ook de master Geo-Information Science (Geografische informatiesystemen). Met deze combinatie onderzoek ik graag hoe GIS technologieën (het gebruik maken van ruimtelijk gekoppelde informatie, bijvoorbeeld met kaarten, red.) toegepast kunnen worden voor beter natuurbeheer en -behoud. Daarbij vind ik het interessant naar de landschapscontext te kijken; een natuurgebied staat niet los van zijn omgeving. In dit project ga ik ook kijken naar het belang van de landschapscontext bij aangepast beheer. Maakt het voor bijen uit waar in het landschap de maatregelen toegepast worden en waar is dat van afhankelijk?”

David en Janneke zijn drie maanden lang voltijd in het gebied aanwezig. Elk transect beslaat 150 m2 waarin per ronde gedurende 15 minuten alle bijen geteld en op naam gebracht worden. In totaal worden gedurende bijna 100 uur de bijen geïnventariseerd. Voor de bijeninventarisaties moet het goed genoeg weer zijn. Idealiter temperaturen boven de 15°C, droog, en niet te veel wind, hoewel dat niet altijd mogelijk is. Vooral in mei is het vaak nog redelijk koud, dus elke mogelijke velddag moet benut worden. Op de dagen dat het minder weer is zijn er vaak nog bijen die gedetermineerd moeten worden en kan er aan hun thesis worden gewerkt. Na deze intensieve veldperiode volgt de analyse van de gevonden data, en het schrijven van hun thesis. Dan komt alles samen: blijkt er een relatie tussen het aangepaste beheer, de hoeveelheid bloemen en de hoeveelheid bijen? Zet de trend van vorig jaar zich voort? En heeft het landschap inderdaad een effect hierop? We gaan het zien in het najaar als de analyses afgerond zijn.

Dus, als u de komende tijd in het Geuldal aanwezig bent en deze twee met bijennetjes tegenkomt in het gebied, weet u wie het zijn, en hoe veel werk zij verzetten!

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *