Waar leeft de boshommel?

Het vlaggenschip van dit initiatief is de boshommel, Bombus sylvarum. Deze soort was vroeger algemeen in grote delen van Nederland, maar staat momenteel in Nederland op de rode lijst als ernstig bedreigd. Er is al jaren geen duurzame populatie meer waargenomen dus feitelijk is de soort in Nederland uitgestorven. Waarom hebben we juist deze hommel gekozen als uithangbord van het initiatief?

Dit is omdat het niet alleen een prachtige soort is die vele mensen zal aanspreken, maar deze soort ook nog betrekkelijk makkelijk herkenbaar is, wat zeker niet voor alle soorten bijen geldt. Daarnaast opereren hommels, in tegenstelling tot solitaire bijen, op landschapsschaal. Met het verbeteren van de kwaliteit in een paar reservaten of de aanleg van een bloemenstrook, regulier natuurbeheer zeg maar, ben je er dus niet. Het hele landschap moet beter. Daarmee is de verwachting dat ook heel veel andere soorten meeprofiteren, inclusief insectenetende vogels en zoogdieren, die net als hommels zeer mobiel zijn. Daarnaast is belangrijk dat de boshommel elders in Europa nog algemeen voorkomt, en daar dan net zo talrijk is als aard-, steen- of akkerhommel die bij ons nu de dienst uitmaken. Het is dus geen inherent zeldzame soort.

Boshommel (mannetje) op speerdistel. Foto D. Kleijn

Veel van de landschappen elders in Europa, waarin boshommels zich nu nog prima thuis voelen, zien er op het oog niet veel anders uit dan het Geuldal. Dan dringt zich al snel de vraag op, waarom bij ons niet? Om dat te illustreren nemen we je hieronder mee naar zo’n boshommelbolwerk, in midden Frankrijk in de uitlopers van het centraal massief. Dit gebied, in het departement Allier heeft een erg afwisselend landschap. Het landgebruik bestaat hier voornamelijk uit gemengd akkerbouw en grasland voor vleesvee, met op de steilere hellingen langs de beken en rivieren bos.

Het landschap in midden-Frankrijk is erg afwisselend, met akkerbouw, graslanden en bossen.

De percelen worden nog grotendeels omgrensd door heggen. Dat zijn vooral scheerheggen die elk jaar geklepeld worden, maar ze hebben een brede basis met veel bloemen en ook veel nestgelegenheid voor hommels. Ze grenzen ook veel aan wegen, en die ruimte tussen heg en asfalt is een belangrijke habitat voor de boshommel. Het belangrijkste verschil met het Geuldal is dat het allemaal wat minder aangeharkt is; rommeliger, meer divers en dus met meer natuur.

Wegbermen zijn een stukje rommeliger dan in Nederland, daarom ook diverser en meer interessant voor bijen.

Ingang van een ondergronds nest van de boshommel, gevonden in een wegberm. Foto D. Kleijn

Op de akkers wordt intensief geteeld, misschien iets minder intensief dan in het Limburgse, maar het scheelt niet veel. Er worden wel insect-bestoven gewassen geteeld, vooral koolzaad en zonnebloem, maar daar worden nauwelijks boshommels op waargenomen.

Graslanden zijn meestal permanent en oud omdat ze op rotsige bodem of op zeer natte plekken liggen. Ze worden nauwelijks bemest omdat ze begraasd worden door vleesvee. Mede als gevolg daarvan zijn ze relatief bloemenrijk. Er staan vrijwel uitsluitend algemene plantensoorten in, met veel klaverachtigen, een belangrijke voedselbron van hommels. Het vee rouleert over de percelen zodat er een vorm van rotatiebegrazing plaatsvindt waarbij altijd wel bloemen aanwezig zijn op een aantal percelen.

Graslanden worden erg extensief gebruikt en zijn zeer bloemenrijk.

De bossen worden deels nog gebruikt voor hakhout. Ze zijn divers en hebben her en der een goed ontwikkelde ondergroei. Vooral langs de bospaden en -wegen is de vegetatie her en der zeer bloemenrijk, met name in het voorjaar als de hommelkoninginnen vliegen. In dit landschap is de boshommel een van de meest algemene hommelsoorten, vaak net zo talrijk als de aard- en de akkerhommel.

Diverse ondergroei op de bosrijke hellingen.

Het landschap kent veel parallellen met het Geuldal, met name de afwisseling van habitattypes en de soorten habitats die we tegenkomen. Daarnaast vliegt de boshommel op redelijk algemene soorten waarbij vrouwtjes en werksters veel foerageren op soorten als witte dovenetel, rode klaver, heggewikke en andere lip- en vlinderbloemigen. Mannetjes zijn vooral te vinden op distels en knoopkruid. Vrijwel al deze soorten zijn ook algemeen in het Geuldal, dus aan de afwezigheid van waardplanten kan het niet liggen.

Soortenrijk grasland in het Geuldal

Waar het momenteel in het Geuldal nog aan schort, denken wij, is de hoeveelheid bloemen en de continuïteit waarmee ze aanwezig zijn. In sommige natuurgebieden is dat nu al op orde, maar die zijn relatief klein en geïsoleerd. Daarom richt het initiatief zich op het verhogen van de bloemrijkdom tussen die huidige bloemenhotspots in om daarmee nu al geschikte leefgebieden te verbinden. Wij verwachten dat met onze landschapsbrede aanpak het Geuldal weer geschikt wordt voor de boshommel en deze terug kan keren, en wellicht weer zo talrijk wordt als hij nu in Frankrijk is!

Boshommel (links) en akkerhommel op een speerdistel. Foto D. Kleijn

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *